Voorbereiding en bouw van het sanatorium
De plannen voor de bouw van een sanatorium in de bossen nabij Helmond dateren van vóór 1940.
Toen werd nog gesproken over bet oprichten van dagverblijven voor tuberculosepatiënten en werd als toekomstige plaats gedacht aan de bossen gelegen aan de Bakelse zijde in de gemeente Helmond en niet aan de op 8 km van Helmond gelegen bossen, behorende tot de gemeente Bakel en Milheeze c.a.

Initiatiefnemer tot de bouw van het sanatorium was pastoor P. E. van Leeuwen uit de Sint Jozefparochie in Helmond. Hij zag van nabij welke gevaren de verzorging van tuberculosepatiënten, in de vaak te kleine woningen in de dichtbevolkte Helmondse arbeiderswijken, met zich meebracht. Plannen werden gemaakt, maar de Tweede Wereldoorlog belette de uitwerking ervan.

in de grond gestoken onder het toeziend oog van wijlen de heer J. de Wit,
de toenmalige voorzitter van het bestuur.
Direct na de Tweede Wereldoorlog - in 1945 - werden de plannen weer ter hand genomen, want door ondervoeding van de bevolking en een groot tekort aan behoorlijke woningen was het aantal tuberculosepatiënten onrustbarend gestegen.

Op 9 juni 1945 werd de Stichting Sint Jozefsheil bij notariële akte opgericht. De installatievergadering van de bestuursleden vond plaats op 1 juni 1945 in de pastorie van de Sint Jozefparochie in Helmond.
Onderstaand een gedeelte uit de notulen van de bestuursvergadering.
Behalve de in de notulen genoemde personen uit Helmond maakten de volgende personen eveneens deel uit van dit eerste bestuur: L.G. van de Kimmenade, S. Rood, P. E. van Leeuwen, pastoor, allen uit Helmond en J.C.A.M. Soeterboek uit Bakel.
De oorspronkelijke plannen moesten worden herzien, omdat dagverblijven in het kader van de tuberculosebestrijding niet meer pasten. Besloten werd een streeksanatorium te bouwen aanvankelijk met 140 bedden, maar ter bevordering van een verantwoord economisch beheer werd dit aantal verhoogd tot 210 bedden (120 voor kinderen met alle vormen van tuberculose, 80 voor volwassenen met extra-pulmonale tuberculose (speciaal been- en gewrichtstuberculose) en een observatie-afdeling met 10 kinderbedden.
Toen in 1947 de aanvrage om goedkeuring voor een sanatorium met 180 bedden bij de toenmalige minister van Sociale Zaken dr. W. Drees werd ingediend, werd een bedrag aan investeringskosten genoemd van f 677.000,-- terwijl de verpleegprijs werd geraamd op f 3,25 voor kinderen en f 4,25 voor volwassenen. (Ter vergelijking: de verpleegprijs in 1986 bedraagt f 192,60 per verpleegdag).
Een aardige discussie in dit verband deed zich voor in de bestuursvergadering van januari 1947. Toen de bij het departement in te dienen exploitatiebegroting werd besproken, werd de vraag gesteld of voor het gespecialiseerde Sint Jozefsheil de verpleegprijs voor kinderen niet van f 3,25 tot f 3,50 kon worden verhoogd. Na enig beraad, waarbij men overwoog dat door deze verhoging van het tarief de kansen op een ministeriële toestemming ongunstig konden worden beïnvloed, of althans in hoge mate worden geremd, werd besloten, alvorens een wijziging aan te brengen, de Inspekteur van de Volksgezondheid te raadplegen of deze verhoging van 25 cent was aan te bevelen.
Onderstaand het antwoord van dr. W. Drees op de eerste aanvrage van het bestuur om Sint Jozefsheil te mogen bouwen.
Op 29 juli 1949 werd van het Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting toestemming gekregen tot aanbesteding van het werk over te gaan.
Tijdens de bouw werd nog eens toestemming verleend voor een uitbreiding van het sanatorium met een afdeling van 30 bedden, speciaal bestemd voor kinderen van uit Indonesië gerepatrieerde Nederlanders.
Hoewel deze afdeling, bestaande uit 2 zalen met elk 15 bedden, net als de andere afdelingen van Sint Jozefsheil een naam kreeg (Agnes- en Jorisafdeling) wordt na 35 jaar nog hardnekkig over de "uitbreiding" gesproken.
De Agnes- en Jorisafdeling werd gebouwd boven de reeds eerder in het plan opgenomen observatie-afdeling.

De Bouwwplannen werden door de bevolking in Zuid-Oost-Brabant enthousiast gesteund en door allerlei activiteiten in de hele streek vloeiden ruim f 250.000,— in het bouwfonds.

De arbeiders uit Helmond en omgeving werkten over, de werkgevers verdubbelden of verveelvoudigden dit loon: sport- en ontspanningsverenigingen, vak- en standsorganisaties organiseerden wedstrijden, uitvoeringen en loterijen.

De acties voor Sint Jozefsheil hielden niet direct op bij de aanvang van de bouw of de ingebruikname, maar liepen nog enkele jaren door tot 1955.
Onderstaand een overzicht van de per 31 december 1952 reeds ontvangen bijdragen.
STAAT VAN GIFTEN, BIJDRAGEN EN OPBRENGSTEN VAN DIVERSE AKTIES TEN BATE VAN SINT JOZEFSHEIL PER 31 DECEMBER 1951
Voetbalwedstrijden
Wielerwedstrijden en motorraces
Schaken en bridgedrives
Toneel
Rad van Avontuur
Biljarttournooi
Collecte bioscoop
Collecte danszalen
Collecte kermissen
Bedrijven en personeel
Verenigingen
Actie Comité's
Subsidie Provincie Noord-Brabant
Subsidies gemeenten
Gratis grondwerk
Particulieren
Totaal Bruto
af: Propagandakosten
Totaal netto
f 4.776,37
f 25.918,70
f 783,38
f 2.541,91
f 1.449,81
f 656,77
f 271,26
f 130,01
f 3.117,78
f 57.462,13
f 1.595,50
f 44.475,97
f 40,000,00
f 19.630,67
f 40.000,00
f 21.740,15
f 264.55041
f 27.011,35
f 237.539,06
Aanvankelijk hadden de gemeenten Gemert en Bakel gewedijverd om de gunst het sanatorium op eigen grondgebied te krijgen.
De Helmondse bossen waren in de oorlog zwaar beschadigd en vielen om die reden als vestigingsgebied af.
De gemeente Bakel, die met het beschikbaar stellen van 40 ha prachtig bosgebied een schitterend aanbod deed, ging uiteindelijk met de eer strijken.
De gemeente Bakel verstrekte daarnaast een renteloze lening, terwijl de plaatselijke bevolking de aflossing daarvan zou opbrengen.

Maar de Bakelse bevolking deed meer. De agrarische standsorganisaties namen onder het motto: "makt oe mar gin zorge, dè knappe wij wel efkes op" de taak op zich om het grondwerk te verzorgen. Wekenlang kwamen boeren uit Bakel, Milheeze, Rips en Brouwhuis met paard en wipkar naar het terrein van het toekomstige sanatorium. Dat deze werkzaamheden goed georganiseerd en gecoördineerd werden blijkt uit onderstaande brief.
De al in 1936 geuite wens van pastoor Van Leeuwen ging definitief in vervulling in 1950. In februari van dat jaar werd met de eigenlijke bouw van het sanatorium begonnen. Vanaf september 1951 werd het gebouw in gedeelten opgeleverd en in gebruik genomen.

Naast de uitbreiding van het sanatorium met de al eerder genoemde Agnes- en Joris- afdeling vond tijdens de bouw nog een opmerkelijke uitbreiding plaats. In het sanatorium was nog niet in een afzonderlijke kapel voorzien. Het bestuur besloot daartoe - na de toezegging van een gift - in februari 1951.
